Wanneer:
29 oktober 2020 @ 09:30 – 13:00
2020-10-29T09:30:00+01:00
2020-10-29T13:00:00+01:00
Waar:
Amersfoort
Kosten:
Gratis
Contact:
Stichting PubliekPrivaat
033-4546669

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen en ondernemersorganisaties

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  1. Opening en toelichting door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze punten grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 4, middels praktische intervisie met elkaar. Doelstelling: verkrijging van ideeën en handvatten voor versterking van de lokale economie.
Vanuit gemeenten, bedrijven en andere organisaties zijn vraag- en aandachtspunten aangedragen voor de agenda van deze bijeenkomst. Ze staan op de inventarisatielijst (punt 4) van deze agenda. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen, onder meer uit deze lijst. Maar niet alle op de lijst geplaatste aandachtspunten worden besproken, doch alleen de door de aanwezigen te kiezen aandachtspunten en vraagpunten. Dat kunnen overigens ook punten zijn die niet op de inventarisatielijst staan !

 

  1. Tot bij aanvang van de bijeenkomst kunnen nog vraag- en probleempunten worden geagendeerd m.b.t. de volgende relevante gemeentelijke economische thema’s:

Bevordering vestigingsklimaat * ondernemersklimaat en bedrijvigheid * verbetering dienstverlening aan burgers en bedrijven en vermindering regeldruk * Omgevingswet, Omgevingsvisie, Omgevingsplan en ruimtelijke ontwikkeling * winkelcentra, winkeltijdenwet en centrummanagement * bedrijventerreinen en parkmanagement * toerisme en recreatie * veilig ondernemen * innovatief aanbesteden * werkgelegenheid * duurzaamheid * economische netwerken en informele investeerders * ondernemersfondsen * samenwerking onderwijs – kennisinstellingen – bedrijfsleven – overheid.

 

  1. Bespreking van vraag- en aandachtspunten die door gemeenten en bedrijven de afgelopen tijd zijn ingediend (tijdens de bijeenkomst wordt gekozen welke punten worden besproken en kunnen door de aanwezigen ook eigen punten worden ingebracht):
  • We hebben leegstand in een derde van het centrum. Ondernemers (tevens vaak eigenaar van de panden) onderkennen dit probleem (nog) niet. Ze zijn volgens de ondernemersvereniging te veel bezig met overleven. We vragen ons af of centrummanagement een oplossing is maar we hebben daarvoor geen middelen.
  • We vragen ons af hoe we leegstand kunnen oplossen zonder geld en zonder draagvlak en sense of urgency bij ondernemers. Er is ook weinig vraag naar andere functies (zoals wonen). We vragen ons af of elke gemeente wel een centrumfunctie moet willen, vooral als daar geen behoefte aan blijkt te bestaan.
  • We willen diverse partijen (30) uit “hard” en “zacht” domein samenbrengen. We willen doorpakken op initiatieven en gebruik maken van de spiegels en kralen (het “laaghangende fruit”).
  • We stimuleren economische netwerken, informele investeerders en allerlei vormen van publiek-private samenwerking. We moedigen aan, verbinden, juichen toe maar maken niet de fout om ons er inhoudelijk of anderszins mee te gaan bemoeien.
  • We hebben leegstandsproblematiek in de binnenstad. De functie van detailhandel in de binnenstad boet aan kracht in. Oorzaken: internetaankopen etc. We willen zorgen voor nieuwe wervingskracht.
  • Het is belangrijk informatie van en naar ondernemers te kanaliseren zonder al te veel ruis.
  • Er bestaat een spanningsveld tussen het omarmen / stimuleren van nieuwe initiatieven en de bescherming van gevestigde bedrijven / lokale ondernemers.
  • We willen de triple helix (onderwijs/bedrijven/gemeenten) beter met elkaar laten samenwerken waardoor er een meer gezonde arbeidsmarkt ontstaat die preventief werkt op knelpunten in sociaal domein (uitkeringsgerechtigden, participatiewet).
  • We moeten de regionale samenwerking goed borgen als het gaat om het maken van regionale keuzes op het gebied van bedrijventerreinen (er is overaanbod) en bijvoorbeeld overschot aan detailhandels-meters.
  • Ondernemers willen graag korting bij aankoop van bouwgrond. Deze korting staat echter op gespannen voet met de staatssteun-richtlijnen.
  • We zetten strategisch accountmanagement op. Vraag ophalen uit het bedrijfsleven. Als input voor beleid. Contacten onderhouden en intern in organisatie delen. Als middel om beleidsdoelen te bereiken.
  • We beraden ons op lokaal beleid voor zzp-ers. Hoe moeten we hen bereiken? Is zeer diverse doelgroep.
  • We stimuleren en faciliteren social entrepeneurs
  • Ondernemers zijn bij ons heel erg moeilijk in beweging te krijgen. Zowel individueel als collectief.
  • Het is belangrijk om economische ambities scherp te formuleren. Dus SMART, oftewel specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
  • We ondervinden een “flexibiliteitsparadox” in onze bestemmingsplannen (centrum). In het centrumgebied liggen dubbelbestemmingen voor retail, horeca, kantoren, wonen. Op al deze punten is het aanbod te groot, te veel vierkante meters. We willen vierkante meters inleveren en toch flexibel blijven bestemmen om groei mogelijk te houden.
  • We willen grootwinkelbedrijven betrekken bij een draagvlakmeting voor een BIZ-traject en zekerstellen dat ook zij een geldige stem kunnen uitbrengen.
  • We faciliteren, inspireren en verbinden kleine en grote ondernemingen bij de toekomstige opgaven op het gebied van verduurzaming, energietransitie, circulaire economie (op bestaande industrieterreinen). We zoeken naar verbindingsmogelijkheden en financiële prikkels
  • We zijn een landelijke gemeente. Vanuit een aantal ondernemers is een verzoek gekomen om te komen tot een ondernemersfonds. Dit houdt in een verhoging van de OZB op niet-woningen. Er zijn echter ook meerdere BIZ-zones binnen de gemeente. Is lijkt dan niet verstandig om mee te werken aan een ondernemersfonds.
  • Deze collegeperiode richt zich vooral op uitvoering. Het beleid / visies op economie en detailhandel zijn namelijk vastgesteld. We willen college en raad betrokken houden, wetende dat er door hen niet veel meer besloten hoeft te worden. En economie is geen kerntaak. We staan voor de uitdaging om voor het centrum van onze gemeente intensiever samen te werken.
  • Leegstand van winkels neemt toe. De gemeente heeft het voortouw genomen om samen met centrumondernemers de problematiek aan te pakken. Het is lastig om tijd / interesse te krijgen van de winkeliers. Wel betrokkenheid van allerlei adviseurs “namens” de winkeliers. Maar we willen de winkeliers zelf betrekken. Bijvoorbeeld door straatvertegenwoordigers, prijsvragen, etcetera.
  • Bij nieuwe woonwijken bepalen we welke (commerciële) voorzieningen nodig zijn. Er is een rekenmodule met drempelwaarden en een verwachte leeftijdsopbouw. We moeten daarbij echter nog wel rekening gaan houden met toekomstige, nu nog onzekere, trends m.b.t. winkelen en consumentengedrag.
  • We zoeken onze rol bij het ondersteunen van startende ondernemers en starters.
  • Bedrijveninvesteringszones (BIZ). We willen ondernemers op bedrijventerreinen stimuleren om aan de slag te gaan met een bedrijveninvesteringszone.
  • Het lokale bedrijfsleven is slecht georganiseerd. We willen samen met ondernemers en hun verenigingen een agenda voor de toekomst bepalen. Er zijn echter weinig bedrijven aangesloten bij verenigingen. De oude garde wil niet loslaten en haalt energie weg. We zijn op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking en vertegenwoordiging van bedrijfsleven
  • Ondernemers moeten zichzelf organiseren. Gebeurt echter slecht of niet. We vragen ons af of we dit moeten stimuleren en hoe dan.
  • We willen nieuwe ondernemerscollectieven vinden en stimuleren. Er is behoefte aan ondernemers die een belang hebben, geen “oude bestuurders”, geen oude bedrijvenkringen e.d.
  • Gemeenten zoeken naar hun rol bij de stimulering van de lokale economie maar beseffen vaak terdege dat ze alleen kunnen faciliteren, verbinden en aanmoedigen. Gemeenten kunnen ontwikkelingen in het beste geval enigszins sturen, mits gebruik wordt gemaakt van de zeer sterke punten van de regio. Maar ook in dat geval is 5 of 10 jaar vooruit kijken al vrij moeilijk.
  • De meningen zijn ernstig verdeeld over veel onderwerpen. Bijvoorbeeld over de vraag of een gemeente wel een stadskern moet hebben of niet. Of over de vraag of een gemeente wel of niet moet werken aan het binden van de jeugd. Ook over de vraag of de gemeente zich moet bemoeien met leegstand of het aan de markt moet overlaten. Of over de vraag hoe je moet omgaan met nieuwe ondernemersinitiatieven die niet passen binnen de bestaande regels, zeker als van hogerhand (provincie) bestemmingsplanwijzigingen worden tegengehouden / teruggedraaid
  • Spiegels en kralen (laaghangend fruit) werken beter dan complexe collectieve projecten
  • Veel gemeenten doen niets voor/met zzp-ers
  • Sommige gemeenten hebben een lokale inkoopkalender. Dat is een uitstekend middel om lokale ondernemers te betrekken, activeren en enthousiasmeren. Gemeentelijke bedrijvenpools voor (meervoudig) onderhandse aanbestedingen zijn een uitstekend hulpmiddel om de lokale ondernemer en de lokale economie te stimuleren. Betrek met name ook de lokale zzp-er in de pools !
  • Andere activiteiten van gemeenten zoals ontbijtbijeenkomsten of andere bijeenkomsten vanuit de gemeente, kunnen, mits zeer goed georganiseerd, enorm bijdrage aan versterking van het netwerk en kunnen zorgen voor verbinding en nieuwe energie
  • Brancheverenigingen, ondernemersverenigingen, bedrijvenkringen en dergelijke worden ervaren als behoudend. Ze houden vernieuwing tegen. Ze zijn niet representatief. Ze bewaken hun territorium en houden nieuwe toetreders tegen. Ze werken niet mee aan ideeen van de gemeente. Wel in woord maar niet in daad.
  • Hoe kunnen we maximaal profiteren van regionale en provinciale regelingen voor versterking van de economie.
  • Wat betekent het topsectorenbeleid voor andere gemeenten.
  • Hoe ontwikkel ik een lokaal economisch beleidsplan voor mijn gemeente.
  • Welke maatregelen op regionaal niveau kunnen worden genomen ter versterking van het vestigingsklimaat.
  • Op welke manier kunnen we de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven bevorderen in onze gemeente en regio.
  • Onze wethouder loopt periodiek door de stad om ondernemers beter te leren kennen. Bijvoorbeeld met voorzitter Horeca Nederland en anderen. Hoe gaat het. Wat heeft men nodig.
  • Vergunningverlening: vóór de aanvraag is men al in gesprek. In een zg. bouwteam wordt voorwerk verricht. Als de aanvraag er eenmaal ligt, wordt snel gehandeld.
  • Bij vraagstukken op het gebied van bestemmingsplannen, ruimtelijke ordening/planologie/verkeer e.d. is de samenwerking met  betrokken partijen uitstekend. Wat dan helpt is dat het regionaal DNA profiel goed bekend is.
  • Bereikbaarheid is belangrijk. Oók om 21.00 uur ‘s avonds.
  • Wees je bewust van het gezicht van de gemeente.
  • Ga niet op de stoel van de ondernemer zitten, maak de gemeente geen eigenaar van het ondernemersprobleem.
  • Geen waslijst aan voorwaarden bij subsidie. Wel co-financiering .
  • Van buiten naar binnen denken want ‘Buiten gebeurt het!’
  • Er zijn open innovatiecentra opgericht. Het Innovatienetwerk zorgt voor (kruis)verbindingen in de gehele regio. We willen bijvoorbeeld ondernemersverenigingen meer betrekken.
  • Ondernemers en onderwijs gaan vraag-gestuurd opleiden (o.a. gekwalificeerd technisch personeel). Gemeenten faciliteren dat. Er zijn projecten gericht op onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt en er is aandacht voor de backbone van de arbeidsmarkt; de middenklasse.
  • Ondernemersvriendelijk klimaat scheppen: de overheden en intermediaire organisaties stellen zich klantgericht op, en committeren zich aan duidelijke servicenormen.
  • Een toegankelijke gemeentelijke organisatie voor een excellente ondernemersdienstverlening; de gemeente als belangrijke verbinder van bedrijven en organisaties.
  • Lokale ondernemers een streepje voor geven bij opdrachten.
  • Sociaal-economisch betrokken ondernemers krijgen een keurmerk en krijgen voorrang bij gemeentelijke aanbestedingen. Zo worden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt geplaatst bij die bedrijven en uit de bijstand gehouden. Het keurmerk is ook open gesteld voor zzp-ers (zij vervullen bijvoorbeeld een rol als match maker en gastdocent).
  • Gemeenten werken regionaal samen en betalen de opleiding tot winkelmedewerker in een bouwmarkt, met een officieel diploma (MBO-4) als resultaat. Na behalen diploma is er een baangarantie. De opleiding bestaat uit 4 dagen praktijkstage en 1 dag naar school, met behoud van uitkering. Na afronding van de opleiding is sprake van een vast contract en uitstroom uit de bijstand.
  • We organiseren ontmoetingen (beroepenfeesten) tussen VMBO-leerlingen en verschillende beroepsbeoefenaren, om vragen te stellen over hun vakgebied. We willen naar pop up opleiding/ onderwijs. Dus onderwijs daar waar activiteiten plaatsvinden. Voor interactie met het bedrijfsleven zijn diverse bouwplaatsen bezocht. Het VMBO gaat op de bouwplaats meebouwen aan een bouwproject. Studenten krijgen onderwijs bij een ICT-bedrijf, op een virtuele campus.
  • Het Ondernemershuis is een publiek-private samenwerking tussen ondernemers en ondernemersverenigingen en de gemeente.
  • In veel regio’s werken kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid samen in flexibele netwerken in kleinere en grotere geografische eenheden, aan gemeenschappelijke ambities die voortkomen uit het DNA van de regio. Die ‘nieuwe polder’ op regionaal niveau bestaat uit de verbinding tussen publieke en private partijen. Deze samenwerking is veelal nog in ontwikkeling, het is meer praten dan doen. De randvoorwaarden voor het optimaal functioneren ervan kunnen nog verder worden ingevuld. In welke gemeenten zijn al successen behaald?
  1. Slotronde en afsluiting
  • Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

Binnen 2 weken wordt een compleet verslag aan alle aanwezige deelnemers toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst en concreet toepasbare aanbevelingen.

 

 

Deel dit bericht: