sep
22
di
2020
Publiek-private bijeenkomst over werk, inkomen en participatie
sep 22 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen, regionale sociale diensten en arbeidsbemiddelaars

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee 
  1. Opening door de dagvoorzitter

Voor gemeenten is het cruciaal dat zij adequate financiering ontvangen om het grote maatschappelijke vraagstuk aan de onderkant van de arbeidsmarkt op te kunnen pakken. Op dat vlak stapelen de knelpunten zich op. Want de middelen bedoeld om werkzoekenden te begeleiden naar en op het werk zijn in een paar jaar tijd met tweederde gekrompen. In diezelfde periode is de groep bijstandsgerechtigden met 60% gegroeid. Bovendien is de doelgroep door de economische crisis en de decentralisatie van een deel van de Wajong naar gemeenten sterk veranderd. Een steeds groter deel van de bijstandsgerechtigde heet (veel) ondersteuning nodig om aan het werk te komen en een deel van deze groep heeft intensieve (en soms zelfs blijvende) ondersteuning nodig om aan het werk te blijven (loonkostensubsidie om de werkgever te compenseren voor de verminderde productiviteit, jobcoaching, etc. Daarnaast kampen inmiddels veel gemeenten met grote tekorten op de BUIG (budget voor de uitkeringen).
Vanuit gemeenten en onder meer de reïntegratiebranche zijn vraag- en aandachtspunten aangedragen voor de agenda van deze bijeenkomst. Ze staan op de inventarisatielijst (punt 4) van deze agenda. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen, onder meer uit deze lijst. Maar niet alle op de lijst geplaatste aandachtspunten worden besproken, doch alleen de door de aanwezigen te kiezen aandachtspunten en vraagpunten. Dat kunnen overigens ook punten zijn die niet op de inventarisatielijst staan !

Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, gebruikmakend van praktische ervaringen.

 

  1. Tot bij aanvang van de bijeenkomst kunnen nog vraag- en probleempunten worden geagendeerd m.b.t. de volgende relevante hoofd-thema’s:
  • Armoedebeleid en schuldhulpverlening
  • Financiën werk en inkomen
  • Decentralisaties sociaal domein
  • Suwinet en handhaving, fraudewet / arbeidsverplichting
  • Participatiewet / social return in aanbestedingen
  • Experimenten met soepeler bijstand
  • Bijstand zelfstandigen, Wajong en Wsw
  • Arbeidsmarktbeleid, samenwerking met de markt en met de reïntegratiebranche
  • Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
  1. Bespreking van vraagpunten, aandachtspunten en kritiekpunten die door gemeenten, reïntegratiebedrijven en andere marktpartijen de afgelopen tijd zijn ingediend (tijdens de bijeenkomst wordt gekozen welke punten worden besproken en kunnen door de aanwezigen ook nieuwe punten worden ingebracht):
  • Een overzicht van actuele praktijkervaringen met uitstroomcijfers in onder meer Den Bosch, Eindhoven, Drechtsteden
  • Wat hebben werkgevers en managers nodig om mensen aan te nemen en in dienst te houden? Contact blijven houden na plaatsing? Inspelen op economische belangen van het bedrijf en de persoonlijke overtuigingen van de manager?
  • Praktijkervaringen met interne uitzendbureaus van gemeenten die snel doorverwijzen naar werk, al tijdens de uitkerings-aanvraagprocedure.
  • Bespreking van experimenten met soepeler bijstand in bepaalde gemeenten
  • Ervaringen met reïntegratie van doelgroepers in relatie tot de participatiewet
  • Ervaringen met het participatiecertificaat
  • Ervaringen met testen en trainingen voor het bemiddelingsrijp krijgen van de doelgroepers
  • Oriëntatie op de arbeidsmarkt van inburgeraars (ONA); samenwerking met Vluchtelingenwerk om inburgeraars het inburgeringsexamen met goed gevolg te laten afleggen
  • Ervaringen met het bemiddelen en begeleiden van inburgeraars (inzet reïntegratie-activiteiten) in samenwerking met het bedrijfsleven met als doel plaatsing in duurzame dienstverbanden
  • Samenvoeging van afdelingen / werkbedrijven: omgaan met verandering, nieuwe samenwerking en cultuur; bespreekbaar maken en realiseren van veranderingsprocessen
  • Samenwerking op de regionale arbeidsmarkt
  • Het duurzaam inzetbaar en productief houden van medewerkers: kosten baten analyse op investeringen in duurzame inzetbaarheid; verzuimpreventie, coaching en training ten aanzien van veranderingen in taakinvulling en -opvatting (21e eeuwse vaardigheden)
  • Inzicht in individuele arbeidsmarktwaarde medewerker via de Arbeidsmarkt Positie Quotiënt: status individuele inzetbaarheid en proactief loopbaangedrag.
  • De gemeente zou de werkgevers actiever moeten opzoeken. Te denken valt aan regelmatig overleg met lokale of regionale bedrijvenkringen, al dan niet samen met reïntegratiebedrijven. Daarbij moet de gemeente werkgevers uitdagen om buiten de gebaande paden te denken.
  • Het is zinvol dat medewerkers van Sociale Zaken en Economische Zaken gezamenlijk brainstormen over oplossingen. Soms komt ‘de andere kant’ met creatieve oplossingen waar je zelf niet op komt.
  • Reïntegratiebedrijven presenteren zich uitstekend, maar presteren vaak onder de maat. Ze kunnen minder cliënten aan dan beloofd, krijgen te weinig mensen aan de slag en hebben moeite om maatwerk te leveren. Keurmerken blijken in de praktijk vaak een vorm van window dressing te zijn.
  • Sommige reïntegratiebedrijven doen actief aan jobhunting: ze benaderen werkgevers met het verzoek om vacatures niet in de krant te zetten, maar bij het reïntegratiebedrijf te melden. Gemeenten zouden dit als aanbestedingscriterium kunnen hanteren.
  • Elkaar kennen is belangrijk. Gemeenten zouden moeten investeren in duurzame relaties met reïntegratiebedrijven die de specifieke lokale werkgelegenheidssituatie kennen.
  • Onze gemeente beschikt over een geautomatiseerde module voor kans- en risicosturing. Daarmee kan de consulent cliënten ‘afpellen’. Zo kan snel onderscheid worden gemaakt tussen de cliënt die werkelijk psychische problemen heeft c.q. niet weet wat hij/zij wil en de cliënt die niet wil meewerken aan reïntegratie.
  • Onze gemeente hanteert een tweesporenbeleid. Kansrijke werkzoekenden tot 35 jaar die zichzelf kunnen redden krijgen naast hun uitkering ‘bezigheidstherapie’ om hen te stimuleren snel een baan te accepteren. Daarmee komt tijd beschikbaar om kansarme werkzoekenden intensief te begeleiden bij het zoeken naar werk. Deze benadering heeft geleid tot 13 procent meer uitstroom.
  • Werkgevers stellen vaak hoge eisen aan nieuwe werknemers en hanteren vooroordelen ten aanzien van werkzoekenden met een ‘vlekje’. Veel werkgevers laten vacatures nog liever open staan dan dat ze iemand aannemen die niet helemaal aan het gewenste profiel voldoet. Vormen loonkostensubsidies een goede methode om dergelijke cliënten toch aan de slag te krijgen?
  • Loonkostensubsidies kunnen leiden door verdringing van reguliere banen door gesubsidieerde banen. Per geval moet worden bekeken of het redelijk is om het instrument van loonkostensubsidie te hanteren. De gemeente stelt bijvoorbeeld als eis dat de werkzoekende minimaal 35 jaar oud en meer dan 1 jaar werkloos moet zijn.
  • Detachering via een (intern) uitzendbureau met loonkostensubsidie biedt ook mogelijkheden.
  • De gemeente heeft een Stadsbedrijf, waar cliënten onder leiding van een gemeenteambtenaar met subsidie werkervaring kunnen opdoen.
  • De gemeente wil een werkgeversloket creëren onder leiding van een ingehuurde ex-werkgever die de taal van de werkgever spreekt.
  • Gecontracteerde reïntegratiebedrijven maken de verwachtingen niet altijd waar. Daardoor mislukken veel reïntegratietrajecten. Wat zijn de succesfactoren voor samenwerking?
  • Sociale Diensten moeten de regiefunctie op zich nemen. Dat begint met een goede kennis van het cliëntenbestand en de lokale werkgelegenheidssituatie. Casemanagers dienen het cliëntenbestand te vullen met data en regelmatig bestandsanalyses uit te voeren. Pas dan is het mogelijk om de vraag goed te definiëren.
  • Gemeenten zouden producten in plaats van trajecten moeten inkopen, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige projecten met een duidelijke en valide resultaatsverplichting.
  • Een goede samenwerking staat of valt met de communicatieve en sociale vaardigheden van de reïntegratieadviseur. Gemeenten zouden eerder bij het reïntegratiebedrijf aan de bel moeten trekken als de reïntegratieadviseur niet capabel blijkt.
  • Sommige cliënten hebben al enkele activeringstrajecten en/of diverse afstemmingen (kortingen op de uitkering) achter de rug en blijven weigeren mee te werken. Uit kosten-batenoverwegingen klinkt soms de roep om maar te accepteren dat bepaalde ongemotiveerde cliënten niet meer aan de slag zullen komen.
  • Wanneer zijn projecten als ‘Werk Direct’ zinvol?
  • De uitstroom kan worden bevorderd door kansrijke cliënten een beroepskwalificerende scholing te geven. Dat vereist wel een goede samenwerking met het bedrijfsleven. Het is verstandig om klein te beginnen. In de praktijk biedt het benaderen van (lokale) ondernemersverenigingen vaak meer soelaas dan het benaderen van brancheorganisaties.
  1. Slotronde en afsluiting

Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

Binnen 2 weken wordt een compleet verslag aan alle aanwezige deelnemers toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst en concreet toepasbare aanbevelingen.

Publiek-private bijeenkomst over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
sep 22 @ 13:30 – 17:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen, Wmo-adviseurs en professional organizers

 

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  1. Opening door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 3, middels praktische intervisie met elkaar en met aanwezige vakdeskundigen.

Doelstellingen:

  • Samenwerking tussen gemeenten onderling en met zorgverleners;
  • Kostenreductie, risicoreductie en kwaliteitsverbetering.
  1. Door gemeenten, zorgverleners en anderen zijn vooraf de volgende concrete vraag- en aandachtspunten ingediend:
  • Samenwerken met aangrenzende gemeenten brengt soms uitkomst maar levert ook nieuwe vragen. Hoe zorg je voor duidelijke sturing, monitoring en verantwoording? Hoe kan kostenverevening helpen om de financiën te beteugelen?
  • Zijn uw sociale wijkteams op volle sterkte? Kunnen zij voldoen aan de hooggespannen verwachtingen omtrent samenwerking, taakverdeling en maatwerk?
  • Veel gemeenten worstelen nog met hun rol als opdrachtgever. Waar knelt het, wat werkt en hoe moet het verder
  • Zorg als Wmo-raden dat er ook ongevraagde adviezen komen
  • Wmo-raden moeten deskundig genoeg zijn
  • Zorg dat er 1 iemand achter de voordeur bij mensen komt. Afstemming in de backoffice
  • Hulpverlener geeft (zich) maar gaat niet voor de betrokkene zorgen. Wil niets bereiken maar is verbonden. Waar wordt betrokkene blij van?
  • Burgers die de weg niet meer weten te vinden en die angstig zijn door alle veranderingen
  • Afstemmingsproblemen tussen WLZ, Wmo en zorgverzekering
  • Nieuwe cliënten weten niet goed waar zich te melden met een ondersteuningsvraag
  • Zorgmijders melden zich niet bij de gemeente
  • Wachtlijsten keukentafelgesprekken
  • Onvoldoende herkenning problematiek cliënten voor juiste indicatie
  • Te weinig cliëntondersteuners en men heeft te weinig kennis van doelgroep
  • Wijkteam onvoldoende bekend met doelgroep
  • Zelfredzaamheid, participatie en eigen verantwoordelijkheid. Hoe beïnvloedt u dit?
  • Financiële aspecten: subsidiëring, kostprijs versus tarifering, business modelleren
  • Inzicht in uw werkveld: marktpartijen, samenwerkingspartners, toezichthouders, waar ligt uw verantwoordelijkheid?
  • Hoe creëert u draagvlak binnen uw eigen organisatie en hoe zet u de burger optimaal in zijn of haar eigen kracht?
  • Sturing op resultaten van zorg en ondersteuning door niet meer in te kopen volgens een P*Q model. Inkopen op percelen met een vast bedrag. Aanbieders kunnen inschrijven op een percentage van het perceel. Per kwartaal wordt een deel van het bedrag aan de aanbieders overgemaakt. De gemeente stuurt op resultaten van zorg en ondersteuning op basis van zeven indicatoren, te weten synergie, vakmanschap, bereik, prijs, klanttevredenheid, verantwoordelijkheidsladder en ondersteunen van het netwerk.
  • Burger zo lang mogelijk zelfstandig
  • De klant staat centraal, niet de organisatie
  • Van aanbod- naar vraagsturing
  • Eén loket ipv diverse
  • De individuele burger integraal ondersteunen bij maatschappelijk participatie van vraag tot aanbod
  • De toegang faciliteren tot al het aanbod en daarmee integrale keten samenwerking organiseren en faciliteren
  • Klantgerichte dienstverlening met totaal overzicht en directe toegang tot alle producten en diensten op één adres
  • Persoonsvolgend budget (PVB): burger kiest zelf
  • Als de burger een product wenst dat nog niet bestaat, zorgt de gemeente dat het er komt
  • De vraag van de burger vormt het uitgangspunt bij het financieren van aanbieders
  • Slechts door sommige gemeenten wordt de creativiteit ten volle benut en wordt een lokale inkoopmethode ontwikkeld. De gemeente Utrecht bijvoorbeeld maakt op basis van de cijfers over de in 2013 en 2014 geboden ondersteuning een individueel voorstel per aanbieder. Ook zijn er nog enkele gemeenten die een subsidierelatie met de aanbieders zijn aangegaan.
  • Heeft de transitie geleid tot vermindering van bureaucratie, fragmentatie en complexe samenwerking?
  • Hoe bieden we ruimte aan de onderstroom van alternatieve systemen die niet door de politiek worden gefaciliteerd of gestructureerd?
  • Talentenbank waar mensen met psychische stoornissen maar ook ouderen wat kunnen doen
  • Hoe stimuleren we het innovatieve vermogen van beleidsmakers en professionals in de zorg en welzijn?
  • Hoe verhoudt het keukentafelgesprek zich tot inkoop/contractering van zorg en ondersteuning?
  • Hoe maken we onderscheid tussen algemene en maatwerkvoorzieningen?
  • Inzet van informele zorg: hoe leer je als buurtteammedewerker kijken met die informele blik? Wat zijn de (on)mogelijkheden van informele zorg? Wie kan er inzicht bieden in het woud van aanbieders van informele zorg? Waar haal je de juiste vrijwilliger vandaan?
  • Hoe kunt u de prestaties in de jeugdzorg meten en sturen op kwaliteit?
  • Kunt u als gemeente maatwerk bieden met de Participatiewet?
  • Veel klachten over de informatievoorziening vanuit de gemeente en over het uitblijven van een beslissing op de aanvraag.
  • Bij sociale wijkteams en medewerkers die het keukentafelgesprek voeren is vaak te weinig kennis aanwezig. Ook onafhankelijke cliëntondersteuners hebben die kennis vaak niet, als zij al beschikbaar zijn
  1. Slotronde en afsluiting

Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

sep
23
wo
2020
Publiek-private bijeenkomst over preventie huiselijk geweld en kindermishandeling
sep 23 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

nokidding banner small

Op initiatief van No Kidding Stop kindermishandeling!

Voor overheidsfunctionarissen en onderwijsbesturen
Met medewerking van ervaringsdeskundigen van No Kidding

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  1. Opening door de dagvoorzitter
    Het Branchecentrum organiseert en sponsort de bijeenkomst in opdracht van stichting No Kidding, een maatschappelijke beweging, die het voorkomen van kindermishandeling / huiselijk geweld zoekt in een andere manier van denken en doen.

No Kidding doet echt aan preventie, heeft er succes mee en wil het succes delen met anderen.
De bijeenkomst is bedoeld voor gemeentelijke functionarissen die direct of indirect te maken hebben met jeugdzaken / jeugdbeleid / wijkteams / wmo / aanverwant.
De bijeenkomst gaat onder meer (maar bepaald niet uitsluitend) over:

  • De nieuwe Jeugdwet 2015
  • Samenwerking in wijkteams
  • Verbeteren infrastructuur in wijken / Buurtprojecten

Aanwezige ervaringsdeskundigen van No Kidding zullen tijdens de bijeenkomst confronterende jeugdervaringen delen. Zie een filmpje op Youtube – https://www.youtube.com/watch?v=V0yZyijJ3DQ
De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 3, middels praktische intervisie met elkaar. Doelstelling: verkrijging van handvatten voor het maken van keuzes. Men geeft elkaar tips voor kwaliteitsverbetering en risicoreductie. Gebleken is dat gemeenten en partijen in het veld daar erg veel baat bij kunnen hebben.

  1. Bespreking van een aantal van de onderstaande vragen, opmerkingen en aandachtspunten die door gemeenten en andere partijen de afgelopen tijd zijn ingediend:
  • Veel signalen worden niet herkend / bij elkaar gebracht. We willen de signalering verbeteren. Bijvoorbeeld van psychische klachten / ziekten. Ook bij ouders. Er is handelingsverlegenheid bij zowel professionals en omgeving.
  • We gaan meer doen aan voorkoming van kindermishandeling. Doen we ’t juiste en wat mag er anders?
  • Het vrijwillig veld cq. scholen maken signalen niet of te laat bespreekbaar. Bijvoorbeeld opmerkingen dat ze het wel zelf oplossen e.d. Leerkrachten en scholen ervaren voornamelijk werkdruk. En hebben angst voor wat er na een melding kan gebeuren.
  • Er is veel handelingsverlegenheid. Wanneer ingrijpen? Afstemming lokaal en regionaal is slecht. We krijgen te maken met ontspoorde mantelzorg.
  • We implementeren een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De code moet gehanteerd worden door deelnemers uit ons sociaal team. Deze deelnemers zijn echter geen ambtenaren maar in dienst van hun moederorganisatie. Daarom hebben we extra moeite met de implementatie.
  • We maken in het team werkafspraken mbt. veiligheid van kinderen. Doordat we generalistisch moeten werken, hanteert niet iedereen dezelfde methode / normen. Wat is casusregie/procesregie? Welke rol houdt het gebiedsteam als er opgeschaald wordt?
  • De regels zijn duidelijk als het gaat om de meldcode. Daarbij is echter houding en bewustwording nog veel belangrijker. Van iedereen. Niet alleen professionals en gebiedsteams. Ook schuldhulpverleners, medewerkers van de afdeling Werk & Inkomen en burgers.
  • We willen dat de bureaucratie van efficiënt procesdenken de inhoud niet gaat bepalen of te veel belemmeren (grote stad, veel wijkteams, veel bureaucratie).
  • We willen nieuwe structuren zoals wijkteams beter laten aansluiten bij bijvoorbeeld meldpunt HG/KM (heet in Rotterdam “Veilig thuis”). We denken dat de invoering van de Jeugdwet invloed zal hebben op onze rollen en taken. Er zijn onzes inziens grenzen aan onze rollen en taken (“waar ben je van”)
  • Ik wil preventie centraal stellen in mijn werk (ook vanuit verantwoordelijkheid & signalering) terwijl het geen hulpvraag is vanuit de inwoner. Ik wil dit naar een breder plan gaan trekken.
  • Medewerkers van scholen vinden het moeilijk om zorgelijke signalen concreet en transparant te bespreken. Ik wil scholen beter gaan benaderen en sturen.
  • Burgers en professionals weten van het bestaan van huiselijk geweld en kindermishandeling en het belang van bestrijding ervan, maar zetten dit onvoldoende om tot handelen.
  • Het voorveld (scholen en burgers) durft niet te signaleren en te melden bij de juiste organisatie
  • De samenwerking Veilig thuis en Sociaal team loopt nog niet optimaal. Wie doet wat en wanneer en wie neemt de verantwoordelijkheid.
  • Meisje 8 jaar. Ouders gescheiden. Beiden verslaafd aan drugs. Veel schoolverzuim. Meisje woont bij moeder. Moeder is erg zorgzaam. Geen drugsgebruik in bijzijn kind. Twee maal per wek opvoedhulp in huis. Ons dilemma is: deze hulp volhouden tot meerderjarigheid of uithuisplaatsing in belang van kind en maatschappelijke kosten.
  • Het is erg moeilijk om een Verzoek tot onderzoek (VTO) adequaat en afdoende te onderbouwen. Het is op voorhand vaak niet duidelijk aan hoeveel criteria het verzoek moet voldoen om te worden gehonoreerd.
  • Collega’s die niet uit de kinder/jeugd-sectie komen, weten soms niet goed wat er onder kinderbescherming valt.
  • Veiligheid is nog niet ingebed in ons team. Teamleden weten de signalen niet te interpreteren en raken van slag als zij het woord “veiligheid” horen
  • Men is snel geneigd de oude aanpak te hanteren. Dus niet bespreken met ouders en over gezinnen praten met anderen.
  • We willen de sociale omgeving en professionals “ont-stressen” in gevallen van seksueel misbruik. Eerst melding. Fase geel volgens de methodiek van veilig thuis. Er is een breed palet aan betrokkenen (school, ouders, politie, veilig thuis, gemeente / jeugdzorg) waardoor de stress en maatschappelijke onrust alleen maar toeneemt.
  • Ook als gezinscoach /organisatie / gemeente willen we meer gaan doen aan preventie van kindermishandeling.
  • We maken een systematische inschatting van veiligheidsrisico’s in een gezin. We twijfelen of we dat in alle gevallen goed doen.
  • Er is handelingsverlegenheid bij SWT’s. Heeft te maken met deskundigheid, attitude, weerstand
  • Discussie: zijn SWT’s in de basis wel bedoeld om iets in de aanpak HG & KM te doen? Laagdrempelige en vrijwillige hulp is gewenst.
  • Er is behoefte aan kennis en werken op gevoelsniveau binnen de hulpverlening en jeugdzorg
  • Kunnen / durven medewerkers zich los te maken in eerste instantie van hun regels / beleid? Omdat dit een puur menselijk gegeven is …..
  • Durven de mensen in het werkveld te vragen ? Durven ze hun gevoel ( niet: emotie) in te zetten of wordt dat afgeraden? Wordt er krampachtig vastgehouden aan regels / protocollen of durft men verschillende perspectieven te onderzoeken voor er wordt gehandeld? Of is daar geen tijd of geld voor?
  • De nieuwe Jeugdwet is in 2015 in werking getreden en heeft als kernbegrippen: financiële efficiency, de burger moet meer meedoen, verbetering van de regiefunctie zoals bijvoorbeeld in goed functionerende wijkteams
  • Als gevolg van de nieuwe Jeugdwet en de Wmo moeten gemeenten een (bovenlokaal) advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) hebben georganiseerd.
  • Huiselijk geweld is een diepgeworteld taboe. Het gaat jaarlijks om 350.000 gevallen, waarvan bij het huidige beleid 300.000 gevallen door niemand gezien worden.
  • Van het innovatieve studentenbuurtproject “Vooruit” te Amsterdam dient goede nota te worden genomen. Andere gemeenten kunnen er veel aan hebben. Referenties te verkrijgen bij Friso van der Wal van No Kidding op mailadres friso@nokidding.nl
  • We moeten werken aan bewustwording over kindermishandeling / huiselijk geweld als voorwaarde van handelen / inzetten instrumenten. We hopen dat mensen in de omgeving van het mishandelde kind zelf aan de gang gaan zonder meteen naar de overheid te wijzen.
  • Het Verdrag voor de rechten van het kind en het bestaande beleid werken vooral curatief. Het gaat echter veel meer om preventie. Een en ander sluit goed aan op de huidige transitie in de jeugdzorg.
  • Hoe kan de NO KIDDING maatschappelijke beweging ‘van onderop’ goed aansluiten bij Centra voor Jeugd en Gezin en sociale wijkteams, die ‘van bovenaf ‘worden aangestuurd?
  • De Kinderombudsman (dekinderombudsman.nl) meldt dat de VN-commissie voor de rechten van het kind het Nederlandse jeugdbeleid bekritiseert.
  • Van regels naar attitude en bewustwording (in Scandinavië zijn vrijwillige opvoedcursussen voor toekomstige ouders)
  • Preventie heeft alleen kans als het dieper de maatschappij in komt.
  • Beleidsambtenaren en wijkteams moeten meer oor te luisteren leggen bij ervaringsdeskundigen
  • De burger blijkt in staat te zijn zelf iets te doen, mits we dat geloven en faciliteren.
  • Van aanbodgestuurd werken naar vraaggeoriënteerd handelen
  • De coördinator van wijkteams heeft een belangrijke rol als draaideur. Hij/zij kan verandering van attitude van wijkteams stimuleren.
  • Veel wijkteams maken nog geen systematische inschatting van veiligheidsrisico’s in een gezin. Dat stellen de samenwerkende jeugdinspecties op basis van een verkennend onderzoek. Kijk op: http://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-over-de-jeugdsector/2015/STJ-Nog-weinig-zicht-op-veiligheid-in-wijkteams
  1. Slotronde en afsluiting

Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

 Binnen 2 weken wordt een compleet verslag met geformuleerde aanbevelingen aan alle gemeenten toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst.

 

okt
1
do
2020
Branchebijeenkomst voor zorgaanbieders waaronder professional organizers
okt 1 @ 13:30 – 17:00

Op de thema’s Wmo en jeugdzorg en publiek-private samenwerking met gemeenten

okt
29
do
2020
Publiek-private bijeenkomst Ruimte, milieu, bodem en de Omgevingswet
okt 29 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen en Omgevingsdiensten

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  2. Opening door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers.
Op deze wijze worden sinds 2003 samen met gastgemeenten publiek-private overlegbijeenkomsten georganiseerd op het gebied van: omgevingsrecht, asbest, bodem, afvalbeleid, vastgoed, bouw, werk en inkomen.
Vanuit gemeenten, bedrijven en andere organisaties zijn vraag- en aandachtspunten aangedragen voor de agenda van deze bijeenkomst. Ze staan op de inventarisatielijst (punt 3) van deze agenda. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen, onder meer uit deze lijst. Maar niet alle op de lijst geplaatste aandachtspunten worden besproken, doch alleen de door de aanwezigen te kiezen aandachtspunten en vraagpunten. Dat kunnen overigens ook punten zijn die niet op de inventarisatielijst staan !
Tijdens de bijeenkomst zullen deze punten grondig worden behandeld, middels praktische intervisie met elkaar en met aanwezige bodemkundigen. Ook de samenwerking met inspectiediensten, certificerende instellingen en anderen komt ruimschoots aan de orde.
Tijdens de bijeenkomst kunt u met collega’s en anderen ervaringen uitwisselen en met elkaar vergelijken hoe het nog beter en eficiënter kan worden aangepakt. Gemeenten kunnen hun vergunningverlening en handhaving goedkoper en effectiever maken door veilige en slimme handhavingsmethoden toe te passen. Gebleken is dat gemeenten en andere partijen daar erg veel baat bij kunnen hebben.

  1. Bespreking van vragen, opmerkingen en aandachtspunten van gemeenten en andere partijen, waaronder een aantal van de onderstaande in de afgelopen tijd ingediende punten:
  • De bodem voldoet niet aan klasse wonen maar er is geen sprake van een WBB-geval. We worstelen in die gevallen met handhaafbaarheid bij nieuwe ontwikkelingen (functieverandering op perceel bijvoorbeeld veranderen bestemming van bedrijven naar wonen).
  • In een vloeistofdichte vloer met PBV-verklaring (6 jaar geldig) ter plaatse van een tankplaats, hebben we olielekkage aangetroffen bij monitoring. Zichtbare scheuren, olievlekken en verzakking. Tijdens de jaarlijkse controle was het advies dat de vloer alleen afgekit behoefde te worden. Wat te doen met de vloer die blijkbaar niet goed functioneert.
  • We bezinnen ons op onze taak als gemeente en op onze handvatten om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden in landbouwgebied (met name bodemverdichting en -verarming).
  • Bodemonderzoek: asbest in gedempte sloot. Nieuw geval (na 1992). Bodembeheernota: geen specificatie (klasse industrie). Asbestregels? Functie bodem verandert. Wordt woonwijk. We beraden ons op beleid
  • Immobilisaat: moet je vooraf keuren naast productcertificaat erkende kwaliteit? Indien ja (1003), moet je dan, ingeval van een partijkeuring, gecertificeerd zijn om te mengen (BRL 9332)? Met de RUD hebben we hierover onenigheid.
  • We hebben discussie met de RUD of een bedrijf dat een vloeistofdichte vloer aanlegt, gecertificeerd moet zijn.
  • Als we grond laten vervallen aan aannemer in een project, dan hebben we problemen met de controle van meldingen (afvoer e.d.)
  • De NEN 5707 is “te zwaar geschut” bij het onderzoek bij verweerde asbestdaken zonder dakgoot. We moeten kiezen voor standaard onderzoeken of standaard afgraven.
  • We bezinnen ons op ecologische spoedlocaties en de te gebruiken technieken en het aanpassen van vegetatietypen. We zoeken naar de juiste handelingsperspectieven en maatregelen
  • Er is onduidelijk hoe lang een uitgevoerd bodemonderzoek geldig is. Volgens ons: 5 jaar indien uitgevoerd na 2008.
  • In het bodembeleid valt een deel van onze gemeente (strook langs de rivier buitendijks) onder de Waterwet (waterbodem) met als bevoegd gezag Rijkswaterstaat. Onduidelijk is de wijze van benadering tussen provincie en RWS als bevoegd gezag v.w.b. bodem(sanering). De benadering van RWS lijkt wat soepeler.
  • Er is vaak geen goede afstemming tussen bodemregelgeving en arbo-regelgeving. Vanuit bodembeleid mag je t.b.v. werkzaamheden in de grond gebruik maken van een bodemkwaliteitskaart (BKK) en dus is er geen bodemonderzoek nodig. Echter: vanuit arbo-regelgeving moet ik vervolgens toch onderzoek doen om de veiligheidsklassen te bepalen.
  • Onze gemeente is sterk verontreinigd als gevolg van zinkassen met zware metalen. Voor bijna alle werkzaamheden in de grond (CROW 132) zijn extra maatregelen nodig. Het is moeilijk om te bepalen hoe we moeten omgaan met kleine civieltechnische werkzaamheden. Zoals planten, bomen, plaatsen verkeersborden, lantaarnpalen, schoffelen plantoenen, bermonderhoud. Het raadplegen van een Hoger Veiligheidskundige (HVK) is een optie.
  • Onze binnenstad is vaak sterk verontreinigd met zware metalen. De niet-vergunning-plichtige activiteiten zijn daarom moeilijk beheersbaar en controleerbaar vanuit bodem- en milieuoptiek.
  • We willen twee grondlagen beschouwen als 1 laag. Lijkt makkelijk voor aannemer, maar volgens Toezicht is het een vrijbrief voor de aannemer om te sjoemelen.
  • Ernstig maar geen spoed. In beschikking wil je wel gebruiksbeperkingen vastleggen m.b.t. onttrekken sterk verontreinigd grondwater. De pluim verplaatst zich enkele meters per jaar (een zogenaamd loslatende pluim). Gebruiksbeperkingen opleggen wordt dan moeilijker omdat de percelen zullen wijzigen in de tijd
  • We zitten met verontreinigde grond in een woonwijk bij het aanleggen ondergrondse containers of parkeerplaatsen. De BBK geeft geen handige uitweg. Als je als gemeente BRL9335-gecertificeerd bent dan is er een uitweg
  • We twijfelen of een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is (en vanuit welk kader) bij omzetten bestemming locatie van bedrijven/kantoren naar wonen, met inpandige verbouwing en bij vergunningsvrije aanbouw op ernstige verontreiniging
  • Maasvlakte 2: elk nieuw bedrijf moet een WBB-onderzoek doen terwijl het een ophooglaag is die geschikt is voor het gebruik. We willen onderzoekslasten verminderen. Wellicht BKK als nulsituatieonderzoek gebruiken.
  • We hebben zand ontvangen ivm. de aanleg van een nieuwe weg. Herkomst is buitenlands. Uit onderzoek blijkt bovenlaag tot ongeveer 2 meter verontreinigd en daaronder schoon. Ook de partijkeuring geeft aan dat het altijd toepasbaar is. Buiten het feit dat de vrachtpapieren niet klopten kreeg de provincie argwaan. Bij aankomst is er opnieuw gekeurd. Werd als schoon beoordeeld. Maar men kreeg de indruk dat er stoffen in zaten die we niet in ons stoffenpakket hebben. We beraden ons op verdere stappen en vragen ons af waar we het nu verder nog op moeten onderzoeken.
  • We hebben verdachte terreindelen waarvoor geen bouwaanvraag nodig is maar wel in de verontreinigde bodem wordt gegraven waardoor niet beheersbare milieurisico’s optreden.
  • We hanteren een groeilijst Bbk. Op basis van deze groeilijst houden wij voor de Bbk meldingen voor het gehele grondgebied inzicht in grondstromen. Onvolkomenheden (b.v. dubbelmeldingen, overschrijding partijgrootte) en afgekeurde meldingen worden rood gearceerd.
  • Hoe ga je om met nieuwe gevallen VOCL (diep)? Terugsaneren tot schoon wellicht technisch niet haalbaar
  • In bestekken / werken is te vaak onduidelijkheid over wie benodigde meldingen / vergunningen verzorgt. Is dit de overheid (gemeente, RWS), de directie van het werk, de uitvoerende aannemer, de milieukundig begeleider?
  • Er is weinig uniformiteit bij aanbestedende diensten m.b.t. verontreinigde funderingen. Voorbeeld: BRL 7000 toepassen of niet? Veiligheidsklasse? Betreft geen verontreinigde grond. Geen saneringsplan of BUS-melding nodig
  • Toetsing van minerale olien is tegenstrijdig. Volgens WBB licht verontreinigd. Volgens BBK niet toepasbaar. Dit is vaak niet uit te leggen.
  • In hoeverre moeten alle parameters uit de BUS-mobiel worden geverifieerd na sanering, ook al staat van te voren vast, op basis van een beschikking en actualisatie, dat een aantal van deze parameters al voldoen aan de TSW
  • Bij het freesen van een weg komt grond vrij van een niet-aaneengesloten partij. BRL9335. Samenvoegen? Criteria aaneengesloten partij in BRL 9335 worden herzien.
  • Soms worden kleine partijen grond (komen vrij bijvoorbeeld bij het planten van bomen) “opgebulkt” en daarna (zonder analyses) toegepast in een bepaalde zone.
  • We willen saneren d.m.v. een leeflaag in een “dynamisch gebied” (duin), mits dat een reele optie is en we weten waar we aan toe zijn m.b.t. de termijn van controle van de leeflaag.
  • We hebben verdachte terreindelen in een binnenstad waar een bouwaanvraag niet voor nodig is (niet vergunningplichtig) maar dus wel in de verontreinigde bodem wordt gegraven.
  • De gemeente kan in het kader van een omgevingsvergunning, activiteit, voorwaarden verbinden. De gemeenten hebben in de bouwverordening regels opgenomen in relatie tot het bouwen op verontreinigde bodem. Daarnaast zijn er voorwaarden opgenomen in art 6.2c WABO wanneer de omgevingsvergunning in werking treedt. Concreet gesproeken hebben de voorwaarden/beperkingen alleen betrekking op bouwwerken waar structureel dezelfde mensen verblijven (>2 u per dag). Je kunt in deze gevallen op basis van een vermoeden, bijvoorbeeld een verdenking van ernstige verontreiniging vanuit het Bodeminformatiesysteem, geen eisen stellen met betrekking tot de omgevingsvergunning. Als gemeente ben je namelijk niet het Wbb-bevoegd gezag, zoals bedoeld in artikel 6.2c WABO.
  • Eis, indien mogelijk, altijd kwaliteitsverklaring bij meldingen schone grond
  • Wij willen een bouwvergunning afgeven op een diepe VOCL-vlek. Het betreft een terrein waar de bovenlaag is gesaneerd, maar op 10 meter onder maaiveld een VOCL-vlek ligt (zonder een beschikking ernst & spoed).
  • Bewijs meldingen schone grond bij het Meldpunt Bodemkwaliteit. De wettelijke termijn van 5 werkdagen wordt vaak niet gehaald.
  • Hoe richt je een adequaat handhavingsprogramma in, voor alle grondstromen binnen de gemeente?
  • Waarom hebben wij als gemeente zo weinig (nulsituatie-)bodemonderzoeken bij milieu-vergunningen?
  • Minder dan 25 kubieke meter: geldt dan een saneringsplicht?
  • Kunnen we als gemeente bij bijvoorbeeld groot grondverzet ook een rol vervullen? Tijdens saneringen zijn er momenten dat je moet controleren of het goed gaat.
  • Hoe gaan we om met nul- en eindsituatieonderzoek bij bestaande vloeistofdichte vloeren?
  • Wat is het voordeel van volledig onafhankelijke kwaliteitscontroles op afdichtingconstructies toegepast op IBC-werken en op betonbeschermingsconstructies, onder andere bij afvalwaterzuiveringsinstallaties?
  • Verontreinigde bermzone instellen en toestaan > Interventiewaarden immobiel. Nu gaan we daar de bodem saneren met de kraan open en dat is waarschijnlijk niet doelmatig
  • Bij aanleg van wegen wordt vaak een duurzame scheiding en isolatie situatie geschapen welke gebruikt zou kunnen worden voor de semi-permanente opslag
  • Bodemfunctiekaarten van gemeenten, bodemkwaliteitskaarten, uitwisseling gegevens RWS en gemeenten, terugvindbaarheid bodemonderzoeksgegevens binnen RWS, GIS-gegevens van RWS zijn voor derden niet makkelijk toegankelijk terwijl ze dat wel moeten zijn
  • Milieutechnische en civieltechnische hergebruiksmogelijkheden van vrijgekomen grond
  • Coordinatie diverse werkzaamheden bijvoorbeeld archeologie, nge en bodemverontreiniging. Efficientie. Hanteren van EMVI-prijs i.p.v. EMVI-punten.
  • Bbk-partijkeuring grond. Protocol 100. Definitie “aaneengesloten” – aanvulling protocol met een bijlage met toelichting op “aaneengesloten”. Voorbeelden genoemd: -gescheiden depots in vakken met keerwanden en gescheiden containers. Maar wat als 2 depots uit een kuip aan weerszijden van een kuip liggen of als er een smalle werkweg door een depot loopt waardoor de partij formeel niet aaneengesloten is?
  • Er is vaak geen mogelijkheid om een onderzoeksplan te laten toetsen door bevoegd gezag. Vaak wordt gemeld dat men pas beoordeelt nadat het rapport is ingediend
  • Mogelijkheden voor toepassing van (verontreinigde) grond in waterbodems (zandwinlocaties). In het bijzonder gaat het om het onderscheid / het overgangsgebied tussen “storten” en “nuttig toepassen” en – milieuhygiënische – randvoorwaarden (b.v. terugneembaarheid / uitlooggedrag / classificatie).
  • PAK-verontreiniging in het grondwater. In 2006 / 2007 sterk verhoogde PAK-gehalten. In 2014 in het voorjaar ook individuele PAK’s verhoogd. Vanaf zomer 2014 alle gehalten onder S en/of detectiegrens. Er kan zijn gesjoemeld met de monstername.
  • XRF-analyse zijn voor bepaalde stoffen (zoals zware metalen) wettelijk geaccepteerd. XRF-analyses kunnen veel Lab-analyses besparen.
  • Eindsituatie-onderzoek bij inrichtingen, indien niet geregeld in vergunningvoorschriften, terwijl er wel bodembedreigende activiteiten aanwezig waren.
  • Normstelling voor olie in grond. Olie valt snel in klasse Industrie, werkzaamheden (arbo) dan in basisklasse CROW 132. Deels is die dan ook nog van natuurlijke herkomst. Die norm is welliht te streng. Wellicht geen basisklasse nodig.
  • Bbk -Het is in het veld onduidelijk of het zeven van grond een bewerking is, waardoor de partijkeuring eventueel vervalt. -Het is onduidelijk of het behandelen van meldingen Bbk ook een basistaak voor RUD’s is.
  • Status en betrouwbaarheid van bodemfunctiekaarten blijft lastig. Gegevens zijn vaak niet up to date.
  • Meldingen grondtransporten; groot terrein voormalige kalkzandsteenfabriek. Aanvoer (afvoer) diverse grondstromen. Er is duidelijkheid vereist over de vraag welke papieren / meldingen zijn vereist in relatie tot de BBK. En wie de vrachtpapieren controleert. En hoe we de diverse vrachtauto’s controleren (welke gaat waarheen).
  • Saneringsplicht bij verontreiniging kleiner van 25 m2 in relatie tot omgevingsvergunning. Sanering blijkt niet altijd afgedwongen te kunnen worden. Geldt met name ook voor verontreinigingen net buiten het bouwvlak.

 

  1. Slotronde en afsluiting

Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.
Binnen 2 weken wordt een compleet verslag aan alle aanwezige deelnemers toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst en concreet toepasbare aanbevelingen.

 

 

Publiek-private bijeenkomst Versterking lokale economie
okt 29 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen en ondernemersorganisaties

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  1. Opening en toelichting door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze punten grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 4, middels praktische intervisie met elkaar. Doelstelling: verkrijging van ideeën en handvatten voor versterking van de lokale economie.
Vanuit gemeenten, bedrijven en andere organisaties zijn vraag- en aandachtspunten aangedragen voor de agenda van deze bijeenkomst. Ze staan op de inventarisatielijst (punt 4) van deze agenda. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen, onder meer uit deze lijst. Maar niet alle op de lijst geplaatste aandachtspunten worden besproken, doch alleen de door de aanwezigen te kiezen aandachtspunten en vraagpunten. Dat kunnen overigens ook punten zijn die niet op de inventarisatielijst staan !

 

  1. Tot bij aanvang van de bijeenkomst kunnen nog vraag- en probleempunten worden geagendeerd m.b.t. de volgende relevante gemeentelijke economische thema’s:

Bevordering vestigingsklimaat * ondernemersklimaat en bedrijvigheid * verbetering dienstverlening aan burgers en bedrijven en vermindering regeldruk * Omgevingswet, Omgevingsvisie, Omgevingsplan en ruimtelijke ontwikkeling * winkelcentra, winkeltijdenwet en centrummanagement * bedrijventerreinen en parkmanagement * toerisme en recreatie * veilig ondernemen * innovatief aanbesteden * werkgelegenheid * duurzaamheid * economische netwerken en informele investeerders * ondernemersfondsen * samenwerking onderwijs – kennisinstellingen – bedrijfsleven – overheid.

 

  1. Bespreking van vraag- en aandachtspunten die door gemeenten en bedrijven de afgelopen tijd zijn ingediend (tijdens de bijeenkomst wordt gekozen welke punten worden besproken en kunnen door de aanwezigen ook eigen punten worden ingebracht):
  • We hebben leegstand in een derde van het centrum. Ondernemers (tevens vaak eigenaar van de panden) onderkennen dit probleem (nog) niet. Ze zijn volgens de ondernemersvereniging te veel bezig met overleven. We vragen ons af of centrummanagement een oplossing is maar we hebben daarvoor geen middelen.
  • We vragen ons af hoe we leegstand kunnen oplossen zonder geld en zonder draagvlak en sense of urgency bij ondernemers. Er is ook weinig vraag naar andere functies (zoals wonen). We vragen ons af of elke gemeente wel een centrumfunctie moet willen, vooral als daar geen behoefte aan blijkt te bestaan.
  • We willen diverse partijen (30) uit “hard” en “zacht” domein samenbrengen. We willen doorpakken op initiatieven en gebruik maken van de spiegels en kralen (het “laaghangende fruit”).
  • We stimuleren economische netwerken, informele investeerders en allerlei vormen van publiek-private samenwerking. We moedigen aan, verbinden, juichen toe maar maken niet de fout om ons er inhoudelijk of anderszins mee te gaan bemoeien.
  • We hebben leegstandsproblematiek in de binnenstad. De functie van detailhandel in de binnenstad boet aan kracht in. Oorzaken: internetaankopen etc. We willen zorgen voor nieuwe wervingskracht.
  • Het is belangrijk informatie van en naar ondernemers te kanaliseren zonder al te veel ruis.
  • Er bestaat een spanningsveld tussen het omarmen / stimuleren van nieuwe initiatieven en de bescherming van gevestigde bedrijven / lokale ondernemers.
  • We willen de triple helix (onderwijs/bedrijven/gemeenten) beter met elkaar laten samenwerken waardoor er een meer gezonde arbeidsmarkt ontstaat die preventief werkt op knelpunten in sociaal domein (uitkeringsgerechtigden, participatiewet).
  • We moeten de regionale samenwerking goed borgen als het gaat om het maken van regionale keuzes op het gebied van bedrijventerreinen (er is overaanbod) en bijvoorbeeld overschot aan detailhandels-meters.
  • Ondernemers willen graag korting bij aankoop van bouwgrond. Deze korting staat echter op gespannen voet met de staatssteun-richtlijnen.
  • We zetten strategisch accountmanagement op. Vraag ophalen uit het bedrijfsleven. Als input voor beleid. Contacten onderhouden en intern in organisatie delen. Als middel om beleidsdoelen te bereiken.
  • We beraden ons op lokaal beleid voor zzp-ers. Hoe moeten we hen bereiken? Is zeer diverse doelgroep.
  • We stimuleren en faciliteren social entrepeneurs
  • Ondernemers zijn bij ons heel erg moeilijk in beweging te krijgen. Zowel individueel als collectief.
  • Het is belangrijk om economische ambities scherp te formuleren. Dus SMART, oftewel specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
  • We ondervinden een “flexibiliteitsparadox” in onze bestemmingsplannen (centrum). In het centrumgebied liggen dubbelbestemmingen voor retail, horeca, kantoren, wonen. Op al deze punten is het aanbod te groot, te veel vierkante meters. We willen vierkante meters inleveren en toch flexibel blijven bestemmen om groei mogelijk te houden.
  • We willen grootwinkelbedrijven betrekken bij een draagvlakmeting voor een BIZ-traject en zekerstellen dat ook zij een geldige stem kunnen uitbrengen.
  • We faciliteren, inspireren en verbinden kleine en grote ondernemingen bij de toekomstige opgaven op het gebied van verduurzaming, energietransitie, circulaire economie (op bestaande industrieterreinen). We zoeken naar verbindingsmogelijkheden en financiële prikkels
  • We zijn een landelijke gemeente. Vanuit een aantal ondernemers is een verzoek gekomen om te komen tot een ondernemersfonds. Dit houdt in een verhoging van de OZB op niet-woningen. Er zijn echter ook meerdere BIZ-zones binnen de gemeente. Is lijkt dan niet verstandig om mee te werken aan een ondernemersfonds.
  • Deze collegeperiode richt zich vooral op uitvoering. Het beleid / visies op economie en detailhandel zijn namelijk vastgesteld. We willen college en raad betrokken houden, wetende dat er door hen niet veel meer besloten hoeft te worden. En economie is geen kerntaak. We staan voor de uitdaging om voor het centrum van onze gemeente intensiever samen te werken.
  • Leegstand van winkels neemt toe. De gemeente heeft het voortouw genomen om samen met centrumondernemers de problematiek aan te pakken. Het is lastig om tijd / interesse te krijgen van de winkeliers. Wel betrokkenheid van allerlei adviseurs “namens” de winkeliers. Maar we willen de winkeliers zelf betrekken. Bijvoorbeeld door straatvertegenwoordigers, prijsvragen, etcetera.
  • Bij nieuwe woonwijken bepalen we welke (commerciële) voorzieningen nodig zijn. Er is een rekenmodule met drempelwaarden en een verwachte leeftijdsopbouw. We moeten daarbij echter nog wel rekening gaan houden met toekomstige, nu nog onzekere, trends m.b.t. winkelen en consumentengedrag.
  • We zoeken onze rol bij het ondersteunen van startende ondernemers en starters.
  • Bedrijveninvesteringszones (BIZ). We willen ondernemers op bedrijventerreinen stimuleren om aan de slag te gaan met een bedrijveninvesteringszone.
  • Het lokale bedrijfsleven is slecht georganiseerd. We willen samen met ondernemers en hun verenigingen een agenda voor de toekomst bepalen. Er zijn echter weinig bedrijven aangesloten bij verenigingen. De oude garde wil niet loslaten en haalt energie weg. We zijn op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking en vertegenwoordiging van bedrijfsleven
  • Ondernemers moeten zichzelf organiseren. Gebeurt echter slecht of niet. We vragen ons af of we dit moeten stimuleren en hoe dan.
  • We willen nieuwe ondernemerscollectieven vinden en stimuleren. Er is behoefte aan ondernemers die een belang hebben, geen “oude bestuurders”, geen oude bedrijvenkringen e.d.
  • Gemeenten zoeken naar hun rol bij de stimulering van de lokale economie maar beseffen vaak terdege dat ze alleen kunnen faciliteren, verbinden en aanmoedigen. Gemeenten kunnen ontwikkelingen in het beste geval enigszins sturen, mits gebruik wordt gemaakt van de zeer sterke punten van de regio. Maar ook in dat geval is 5 of 10 jaar vooruit kijken al vrij moeilijk.
  • De meningen zijn ernstig verdeeld over veel onderwerpen. Bijvoorbeeld over de vraag of een gemeente wel een stadskern moet hebben of niet. Of over de vraag of een gemeente wel of niet moet werken aan het binden van de jeugd. Ook over de vraag of de gemeente zich moet bemoeien met leegstand of het aan de markt moet overlaten. Of over de vraag hoe je moet omgaan met nieuwe ondernemersinitiatieven die niet passen binnen de bestaande regels, zeker als van hogerhand (provincie) bestemmingsplanwijzigingen worden tegengehouden / teruggedraaid
  • Spiegels en kralen (laaghangend fruit) werken beter dan complexe collectieve projecten
  • Veel gemeenten doen niets voor/met zzp-ers
  • Sommige gemeenten hebben een lokale inkoopkalender. Dat is een uitstekend middel om lokale ondernemers te betrekken, activeren en enthousiasmeren. Gemeentelijke bedrijvenpools voor (meervoudig) onderhandse aanbestedingen zijn een uitstekend hulpmiddel om de lokale ondernemer en de lokale economie te stimuleren. Betrek met name ook de lokale zzp-er in de pools !
  • Andere activiteiten van gemeenten zoals ontbijtbijeenkomsten of andere bijeenkomsten vanuit de gemeente, kunnen, mits zeer goed georganiseerd, enorm bijdrage aan versterking van het netwerk en kunnen zorgen voor verbinding en nieuwe energie
  • Brancheverenigingen, ondernemersverenigingen, bedrijvenkringen en dergelijke worden ervaren als behoudend. Ze houden vernieuwing tegen. Ze zijn niet representatief. Ze bewaken hun territorium en houden nieuwe toetreders tegen. Ze werken niet mee aan ideeen van de gemeente. Wel in woord maar niet in daad.
  • Hoe kunnen we maximaal profiteren van regionale en provinciale regelingen voor versterking van de economie.
  • Wat betekent het topsectorenbeleid voor andere gemeenten.
  • Hoe ontwikkel ik een lokaal economisch beleidsplan voor mijn gemeente.
  • Welke maatregelen op regionaal niveau kunnen worden genomen ter versterking van het vestigingsklimaat.
  • Op welke manier kunnen we de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven bevorderen in onze gemeente en regio.
  • Onze wethouder loopt periodiek door de stad om ondernemers beter te leren kennen. Bijvoorbeeld met voorzitter Horeca Nederland en anderen. Hoe gaat het. Wat heeft men nodig.
  • Vergunningverlening: vóór de aanvraag is men al in gesprek. In een zg. bouwteam wordt voorwerk verricht. Als de aanvraag er eenmaal ligt, wordt snel gehandeld.
  • Bij vraagstukken op het gebied van bestemmingsplannen, ruimtelijke ordening/planologie/verkeer e.d. is de samenwerking met  betrokken partijen uitstekend. Wat dan helpt is dat het regionaal DNA profiel goed bekend is.
  • Bereikbaarheid is belangrijk. Oók om 21.00 uur ‘s avonds.
  • Wees je bewust van het gezicht van de gemeente.
  • Ga niet op de stoel van de ondernemer zitten, maak de gemeente geen eigenaar van het ondernemersprobleem.
  • Geen waslijst aan voorwaarden bij subsidie. Wel co-financiering .
  • Van buiten naar binnen denken want ‘Buiten gebeurt het!’
  • Er zijn open innovatiecentra opgericht. Het Innovatienetwerk zorgt voor (kruis)verbindingen in de gehele regio. We willen bijvoorbeeld ondernemersverenigingen meer betrekken.
  • Ondernemers en onderwijs gaan vraag-gestuurd opleiden (o.a. gekwalificeerd technisch personeel). Gemeenten faciliteren dat. Er zijn projecten gericht op onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt en er is aandacht voor de backbone van de arbeidsmarkt; de middenklasse.
  • Ondernemersvriendelijk klimaat scheppen: de overheden en intermediaire organisaties stellen zich klantgericht op, en committeren zich aan duidelijke servicenormen.
  • Een toegankelijke gemeentelijke organisatie voor een excellente ondernemersdienstverlening; de gemeente als belangrijke verbinder van bedrijven en organisaties.
  • Lokale ondernemers een streepje voor geven bij opdrachten.
  • Sociaal-economisch betrokken ondernemers krijgen een keurmerk en krijgen voorrang bij gemeentelijke aanbestedingen. Zo worden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt geplaatst bij die bedrijven en uit de bijstand gehouden. Het keurmerk is ook open gesteld voor zzp-ers (zij vervullen bijvoorbeeld een rol als match maker en gastdocent).
  • Gemeenten werken regionaal samen en betalen de opleiding tot winkelmedewerker in een bouwmarkt, met een officieel diploma (MBO-4) als resultaat. Na behalen diploma is er een baangarantie. De opleiding bestaat uit 4 dagen praktijkstage en 1 dag naar school, met behoud van uitkering. Na afronding van de opleiding is sprake van een vast contract en uitstroom uit de bijstand.
  • We organiseren ontmoetingen (beroepenfeesten) tussen VMBO-leerlingen en verschillende beroepsbeoefenaren, om vragen te stellen over hun vakgebied. We willen naar pop up opleiding/ onderwijs. Dus onderwijs daar waar activiteiten plaatsvinden. Voor interactie met het bedrijfsleven zijn diverse bouwplaatsen bezocht. Het VMBO gaat op de bouwplaats meebouwen aan een bouwproject. Studenten krijgen onderwijs bij een ICT-bedrijf, op een virtuele campus.
  • Het Ondernemershuis is een publiek-private samenwerking tussen ondernemers en ondernemersverenigingen en de gemeente.
  • In veel regio’s werken kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid samen in flexibele netwerken in kleinere en grotere geografische eenheden, aan gemeenschappelijke ambities die voortkomen uit het DNA van de regio. Die ‘nieuwe polder’ op regionaal niveau bestaat uit de verbinding tussen publieke en private partijen. Deze samenwerking is veelal nog in ontwikkeling, het is meer praten dan doen. De randvoorwaarden voor het optimaal functioneren ervan kunnen nog verder worden ingevuld. In welke gemeenten zijn al successen behaald?
  1. Slotronde en afsluiting
  • Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

Binnen 2 weken wordt een compleet verslag aan alle aanwezige deelnemers toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst en concreet toepasbare aanbevelingen.

 

 

nov
3
di
2020
Branchebijeenkomst voor industriële bedrijven
nov 3 @ 09:30 – 13:00

Op het thema Reductie milieurisico’s

nov
12
do
2020
Publiek-private bijeenkomst afvalbeleid
nov 12 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen, milieuadviseurs en afvalbedrijven
Met medewerking van vakdeskundige bedrijven die innovatieve initiatieven nemen

Programma

 

  1. Ontvangst met koffie / thee
  2. Opening door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 4, middels praktische intervisie met elkaar. Doelstelling: verkrijging van handvatten voor het maken van keuzes. Men geeft elkaar tips voor kwaliteitsverbetering en kostenreductie. Gebleken is dat gemeenten en andere ketenpartners daar erg veel baat bij kunnen hebben.

 

  1. Tot bij aanvang van de bijeenkomst kunnen nog vraag- en probleempunten worden geagendeerd m.b.t. de volgende relevante thema’s en handhavingsaspecten:

Afvalstoffenbelasting, duurzame energie uit afval, hergebruik materialen, afvalscheiding verhogen, minder milieudruk bij afvalbeheer, ecostations, landelijk Afvalbeheerplan, afvalstoffen afkomstig van schepen, asbest, bouw- en sloopafval, dierlijke vetten, e-afval, EVOA, gevaarlijke afvalstoffen, storten van afvalstoffen (buiten inrichting), ketenhandhaving

 

  1. Door gemeenten en bedrijven zijn de afgelopen tijd de navolgende vraag- en aandachtspunten ingediend:
  • Gemeenten werken veelal met een inkoopbeleid dat vooral is gebaseerd op aanbesteding met langdurige contracten en niet flexibel zijn. Afvalbeleid is echter dynamisch en vergt juist een flexibele aanpak. Je kunt dan denken aan pilots voor nieuwe inzameltechnieken en verwerkingsmethoden. Er moet voor worden gezorgd dat gemeenten kiezen voor die flexibiliteit resulterend in een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten en inzamelaars.
  • We worstelen met vragen omtrent zorgplicht vs. marktwerking (voorbeeld: textielinzameling door gemeente en/of markt). Textielinzameling heeft waarde dus de markt wil het. Het is belangrijk regie te houden.
  • We hebben geen specifiek beleid voor zwerfasbest en we ervaren het onderzoeken en verwijderen van zwerfasbest als vreselijk duur.
  • Van afval naar grondstof. Doelstelling: 75% afvalscheiden. Scheidingspercentage is geen goede prestatie-indicator. Niet scheiden om te scheiden. Is het een nuttige toepassing of is hergebruik mogelijk?
  • Waardevolle deelstromen (textiel/frituurvet/papier/metaal). Gemeenten hebben zorgplicht. Men kan handhaven of toelaten. Denk aan consequenties bijvoorbeeld voor afvalheffing en inzicht in kilo’s.
  • Betrek politiek bij, en maak hen rijp voor, het omgekeerd inzamelen en de vervolgstap (gedifferentieerd tarief / Diftar). Informeer bewoners van de gemeente / maak hen enthousiast voor het omgekeerd inzamelen.
  • Heeft een afvalbrengstation nog toekomst voor de gemeente? Moet de gemeente het afvalbrengstation beheren of de markt?

 

  • Afvalverwerking is (en anders wordt) een onmisbaar sluitstuk in de keten van afvalbeheer. Geldt ook voor nascheiding! Bronscheiding kent grenzen / gebruikersgemak speelt daarbij een belangrijke rol. Draagvlak(vorming) is voor gemeentelijk afvalbeheer onmisbaar. Hoe verbeteren wij de textielinzameling? Gemeenten moeten aandeelhouder worden in afvalscheidingsbedrijven.
  • Controle op ondergrondse containers verdient zich terug en met name ook in combinatie met het omgekeerd inzamelen !
  • In de discussie over afvalscheiding gaat het ook over de vraag wat het de burger kost en wat het oplevert. Vloeien de baten terug naar de burger als we de afvalstoffenbelasting eerst verhogen?
  • Er zijn meerdere stromen afval en we gaan naar een multi-nichemarkt toe, waarin bedrijven kiezen welke stromen ze willen en kunnen behandelen
  • We hebben onze schrootinstallatie gesloten. Die stroom gaat dus nu naar een ander bedrijf, die we niet meer concurrent noemen, maar partner
  • De overheid zit nu aan het stuur want de markt is er nog niet. De verpakkingsindustrie heeft nu onvoldoende incentives om recyclebaar materiaal te gebruiken.
  • Wij hebben het nieuwe inzamelen geïntroduceerd. Wij vinden het geweldig, maar het heeft bij burgers en politiek veel gezeur opgeleverd over de extra container
  • We hebben wel eens bedacht dat ons GFT-afval ook aan boeren geleverd zou kunnen worden. Maar dat paste niet in de bestaande contracten. Er zijn op dit gebied veel juridische hobbels
  • Als een keten heel gemakkelijk te realiseren was, was het al gebeurd. De recycling van kunststof is nu eenmaal heel erg duur. Daar moet geld bij.
  • Gemeenten hebben zelf ook jarenlang aanbesteed op basis van prijs. Dat verandert gelukkig. Contracten zijn nu flexibeler zodat er ruimte is om innovatief bezig te zijn.
  • Gemeenten moeten meer vertrouwen hebben in de eigen partners. Ze komen zelf met hele gedetailleerde contracten.
  • We praten teveel over klant en leveranciers, in plaats van over partners die samenwerken
  • De afvalheffing moet 20 euro omhoog om de burger de kans te geven 40 euro terug te verdienen. Het vergt bestuurlijke moed om dat in te voeren.
  • In de energiemarkt leek het ook alsof alles zomaar aan de markt overgelaten kon worden. Nu ook die markt in transitie is, vragen vele partijen zich af of die privatisering niet te vroeg is gekomen. De overheid kan er nog nauwelijks op sturen
  • Wij welken niet alleen met een economische visie, maar hebben ook doelen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. Die niet-economische doelen zijn beter geborgd bij een overheid
  • Wij hebben een constructie bedacht waarbij de sturing en besluitvorming in handen is van de gemeente maar de hele operatie in handen van een private partij. Dat is “the best of both worlds”
  • Wij zijn bijna op het punt gekomen dat we capaciteit over hebben in onze installaties. De vraag is dus niet of we gaan importeren, maar wannéér
  • Als het gaat om gemeentelijk afval, zit er een politiek-emotioneel element aan de vraag of dit geëxporteerd moet worden. Bij industrieel afval zal dat minder zijn
  • De uitdaging in Nederland is de toekomstige overcapaciteit. Ook elders zal het aanbod afnemen. Met het oog daarop, moeten we de markt reorganiseren
  • De winnaars van morgen, zijn degenen die coalities kunnen sluiten
  • Aanbesteding textiel: inzameling en verwerking (sorteren, vermarkten). Door inzakkende textielmarkt dalen de afzetprijzen en hebben sorteerbedrijven een liquiditeitsprobleem richting inzamelaars. Hoe hiermee om te gaan als de inzamelaar een andere partij is dan de verwerker en als de inzamelaar dezelfde partij is als de verwerker.
  • Beter koersen op restafvalaanbod voor huishoudelijke afvaldoelstelling
  • In het kader van Social Return on Investment (SROI) kun je afvalbakken plaatsen op flatverdiepingen die geleegd kunnen worden door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

 

  1. Slotronde en afsluiting
  • Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

 

 

Binnen 2 weken wordt een compleet verslag aan alle aanwezige deelnemers toegezonden, vergezeld van een deelnemerslijst en concreet toepasbare aanbevelingen.

Publiek-private bijeenkomst Beheer en beleid in de openbare ruimte en het openbaar groen
nov 12 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor overheidsfunctionarissen en groenbedrijven
Met medewerking van branchevereniging VHG

Programma

  1. Ontvangst met koffie / thee
  1. Opening door de dagvoorzitter

De bijeenkomst is uitsluitend gebaseerd op specifieke aansprekende praktijkvoorbeelden van de initiatiefnemers en deelnemers. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen. Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, samen met een aantal van de al genoemde onderwerpen onder agendapunt 3, middels praktische intervisie met elkaar en met aanwezige vakdeskundigen.

Doelstellingen:

-Samenwerking tussen gemeenten, burgers en bedrijven in openbare ruimte;
-Kostenreductie, risicoreductie en kwaliteitsverbetering in de openbare ruimte.

  1. Door gemeenten, bedrijven en branchevereniging VHG zijn vooraf de volgende concrete vraag- en aandachtspunten ingediend:
  • Bewoners met initiatieven om hun wijk of buurt mooier, leefbaarder en beter te maken, lopen tegen allerlei wet- en regelgeving aan.
  • Durft u de gehele herinrichting van uw bestaande wijk uit te besteden over een periode van 10 jaar (betaalbaar groenonderhoud en doordachte groenrenovatie)?
  • Social return: inzet medewerkers sociale werkplaatsen en lokale betrokkenheid en verbondenheid
  • Onderhoud is over veel disciplines verspreid en daarom is het niet altijd even makkelijk die kennis allemaal in huis te hebben. Daarvoor moeten verschillende expertises gekoppeld worden en kunnen verschillende oplossingen goed met elkaar vergeleken worden. Kennis moet bij elkaar gebracht worden en toegankelijk en vergelijkbaar gemaakt worden voor de directe gebruiker of opdrachtgever
  • Architecten zijn belangrijke beslissers als het gaat om bestekken. In die bestekken wordt niet altijd goed rekening gehouden met uitvoeringsaspecten van gemaakte keuzes. Bedrijven zouden in een tijdig stadium kennis moeten kunnen nemen van bestekken en ze zomogelijk moeten kunnen beoordelen
  • Laat bestekken vooraf onafhankelijk beoordelen op kwaliteit en op milieutechnisch gebied. Vraag technische ondersteuning bij het maken van voorschriften. Deskundigen kunnen beoordelen wat maakbaar en haalbaar is en wat niet
  • Er zijn knelpunten tussen prijsniveaus openbare markt in relatie tot drempelbedragen in onderhandse aanbestedingen. Ook de relatie prijs-kwaliteit staat regelmatig onder druk
  • Invulling EMVI-criteria door opdrachtgever – EMVI-criteria geven vaak geen meerwaarde maar zijn juist zo algemeen dat de prijs toch vaak de doorslag blijkt te geven. Is dit een bewuste keuze of is de kennis van de opdrachtgever niet toereikend? Hoe controleert de opdrachtgever de EMVI-toepassing?
  • Inzet medewerkers vanuit de Participatiewet is moeilijk. Het succesvol inregelen van participatie waarbij mogelijk ook mensen vanuit kaartenbakken  (mn oude WWB) moeten worden ingezet, is een hele uitdaging.
  • Beeldversobering: hoe wordt dit door gemeenten naar de bewoners gecommuniceerd? De aannemer wordt hier namelijk telkens op aangesproken en dat is onwenselijk
  • De langere termijn visie van gemeenten op de participatiewet is nog niet duidelijk. Het is niet duidelijk welke rol we krijgen vanuit de gemeenten
  • We moeten kwaliteit leveren voor een te lage prijs die in de markt ontstaat, waarbij tot overmaat van ramp ook te vaak het plan van aanpak door de gemeente niet wordt gecontroleerd
  • Gemeenten bezuinigen op onderhoud waardoor omgeving verloedert en waarde huizen daalt en de criminaliteit toeneemt
  • Vanuit oogpunt van burgerparticipatie mogen burgers beslissen hoe ze hun omgeving willen inrichten. Soms botsen de keuzes van burgers met wet en regelgeving. Het is niet duidelijk hoever bewoners mogen gaan met hun keuzes. We zoeken daar momenteel een evenwicht in.
  • We merken de invloed van de grote hoeveelheid graafwerkzaamheden in de openbare ruimte, in opdracht van netwerkbeheerders, op de kwaliteit en duurzaamheid van de openbare ruimte.
  • Zelfbeheer en participatie kosten erg veel tijd van de organisatie. Er zijn veel obstakels in de buitenruimte. Duurzaamheid moet op de agenda maar we onderzoeken in welke vorm.
  • We zitten met een veelheid aan met elkaar samenhangende problemen en aandachtspunten, die te maken hebben met capaciteit, beheer, nieuwe wetgeving onkruidbestrijding en verbod chemische middelen, en verlaging van budgetten.
  • We ervaren knelpunten bij samenwerking provincie / gemeenten, een tendens tot afname van afvalscheiding, toenemende overlast van bomen (schaduw, te groot, meer luizen). Dit terwijl groen juist belangrijk is.
  • We hebben in onze gemeente ca. 100 km recreatieve fietspaden die bestaan uit diverse soorten half verharding. We moeten nieuw beleid maken nu we geen bestrijdingsmiddelen meer mogen gebruiken.
  • Wij hebben moeite met het vinden van deelnemers voor de social return paragraaf in onze bestekken.
  • We willen duurzaamheid hoger op de agenda krijgen maar weten niet hoe
  • We willen waar mogelijk de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet volgen
  • Bewoners willen en doen steeds meer aan onderhoud en beheer openbare ruimte. We worstelen met de vraag wat de gemeente mag en kan loslaten en aan de bewoners overlaten. En we moeten vervolgens overdracht van taken, verantwoordelijkheden en budget gaan vormgeven
  • We ervaren problemen bij het enthousiast krijgen van bewoners om iets te kunnen betekenen in openbare ruimte (samen met de gemeente).
  • We werken aan inzet van medewerkers in sociale werkplaatsen en lokale betrokkenheid en verbondenheid. Trefwoorden: participatie: verplichtingen, re-integratie, langdurige werkloosheid
  • We hebben nog te vaak een mismatch tussen enerzijds de beleidskaders van de gemeenteraad en anderzijds de belangen van burgers in de wijken. We willen het verwachtingspatroon van de burger beter sturen. Op papier ziet het er vaak mooi uit maar in de praktijk zijn de burgers het er vaak niet mee eens.
  • We moeten EMVI-criteria opstellen voor aanbestedingen in de openbare ruimte maar we hebben er veel moeite mee. Bovendien moeten we ook duurzaamheid meenemen in deze EMVI-criteria en dat lijkt het allemaal juist nog moeilijker te maken
  • Er lijkt een spanningsveld te bestaan tussen duurzaam inkopen versus budgetverlaging. Voorbeeld: afval scheiden betekent hogere schoonmaakkosten. Voorbeeld 2: duurzame producten inkopen betekent hogere aanschaf- en verwerkingskosten. De kunst is om duurzaamheid hand in hand te laten gaan met kostenbesparingen.
  • Het is moeilijk om werkbare duurzaamheidscriteria op te nemen in bestekken en vervolgens op transparante criteria te gunnen.
  • Er is een intensieve zoektocht gaande naar de aanvaardbare grenzen van samenwerking tussen overheid en burgers in de openbare ruimte. Moeten we meer loslaten? Hoeveel? Wat kunnen we aan burgers overlaten? En er is regelgeving die als een sta in de weg wordt ervaren.
  • We willen beleid tot stand brengen waarin budget dat eerst voor de aannemer was bestemd, wordt gealloceerd in de wijk waarbij participatie en wijkbeheer in de wijk zelf komen te liggen en de aannemer vanuit de wijk ter verantwoording kan worden geroepen als het niveau niet wordt gehaald.
  • Hoe kunnen we het aanbesteden van onderhoud en beheer van de openbare ruimte vereenvoudigen. Doel: minder bureaucratie; beter proces, betere output, goede afstemming regie uitvoering, minder “faalkosten”. Waar is vereenvoudiging in EMVI mogelijk?
  • Onduidelijkheid bij Duurzaamheid en samenwerking in plan van aanpak bij Emvi aanbestedingen. Niet helder bij beoordeling. Het wordt slechts ondoorzichtiger
  • Uitvragen EMVI richten zich niet op duurzaamheid, anders dan het vragen van wat certificaten.
  • We moeten EMVI-criteria opstellen voor aanbestedingen in de openbare ruimte maar we hebben er veel moeite mee. Bovendien moeten we ook duurzaamheid meenemen in deze EMVI-criteria en dat lijkt het allemaal juist nog moeilijker te maken
  • In het kader van bezuiniging lopen we net als vele gemeenten aan tegen: a) versobering van de openbare ruimte b) lager onderhoudsbeheer. Hoe communiceren we dit met de bewoners?
  • Nieuwsgierig naar ervaringen van gemeenten en opdrachtnemers bij de uitvoering van integraal onderhoud (het reguliere “hoogfrequentie” onderhoud van groen, grijs en straatmeubilair). Lukt het om dit door integratie van werkzaamheden efficiënter te maken?
  • Duurzaamheid openbare ruimte. Financieel zijn budgetten leidend in onderhoud. Zijn er dus financieel aantrekkelijke mogelijkheden in de Openbare ruimten (goedkope investeringen)?
  • Hoe beoordeel je de mate van social return van opdrachtnemers op een objectieve manier?
  • Hoe pakken we na het verbod van roundup in 2015 de onkruidbestrijding aan
  • Het moet steeds goedkoper en slimmer in de aanleg van de openbare ruimte. Hoe borg je dat het uiteindelijk ook te beheren valt.
  1. Slotronde en afsluiting
  • Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.

 

nov
17
di
2020
Branchebijeenkomst voor bedrijven in het groot groen in samenwerking met branchevereniging VHG
nov 17 @ 13:30 – 17:00

Op het thema duurzaamheid en publiek-private samenwerking in het openbaar groen.

nov
25
wo
2020
Branchebijeenkomst voor woningcorporaties
nov 25 @ 13:30 – 17:00

Op het thema reductie asbestrisico’s

nov
26
do
2020
Publiek-private bijeenkomst over asbest
nov 26 @ 09:30 – 13:00

Overweegt u mee te doen aan het overleg en wilt u ter informatie de volledige stukken voor het overleg ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat@stichtingpubliekprivaat.nl onder vermelding van het onderwerp van het overleg

 

Voor gemeenten, Omgevingsdienst en asbestinventarisatiebedrijven

Programma

1. Ontvangst met koffie / thee

2. Opening om 09.30 uur door de dagvoorzitter

Vanuit gemeenten, woningcorporaties, Omgevingsdiensten en brancheorganisaties zijn vraag- en aandachtspunten aangedragen voor de agenda van deze bijeenkomst. Ze staan op de inventarisatielijst (punt 3) van deze agenda. De deelnemers kunnen bij opening van de bijeenkomst melden welke vraag- en probleempunten zij zelf aan de orde willen stellen, onder meer uit deze lijst. Maar niet alle op de lijst geplaatste aandachtspunten worden besproken, doch alleen de door de aanwezigen te kiezen aandachtspunten en vraagpunten. Dat kunnen overigens ook punten zijn die niet op de inventarisatielijst staan !
Tijdens de bijeenkomst zullen deze problemen grondig worden behandeld, gebruikmakend van praktische kennis van asbestkundigen.

3. Bespreking van de door gemeenten, Omgevingsdiensten, woningcorporaties en andere partijen in de afgelopen tijd ingediende vragen, opmerkingen en aandachtspunten, waaronder:

(Gemeenten en Omgevingsdiensten):

  • Er komt (voorlopig) geen wettelijke basis voor een asbestdakenverbod. Het gezondheidsrisico van deze daken blijft echter bestaan en zal vermoedelijk groter worden als daken meer gaan verweren. Ook is de verwachting dat deze daken steeds moeilijker te verzekeren zijn. Bij asbestbranden zal de schade niet altijd verhaald kunnen worden op de eigenaar. In dit geval zal naar gemeenten worden gekeken om de kosten te dragen.
  • Er zijn nu 11 arbeidsinspecteurs die zich met asbest bezig houden en een aantal toezichthouders per omgevingsdienst. Wat zou er gebeuren als we alle toezichthouders van alle Omgevingsdiensten zouden opleiden voor asbesttoezicht (en hen dus ook BOA zouden maken)? Zou de handhaving dan niet effectiever zijn?
  • De aanvraag sloopmelding blijkt los te staan van het LAVS. Wat vinden gemeenten hiervan?
  • Combi asbestsanering en natuurwetgeving (vleermuizen). Ervaringen met grootschalige aanpak?
  • Hoe komen we tot een handhavingsstrategie waarbij we bedrijven/particulieren zover krijgen dat ze kiezen voor legale asbestverwijdering, ook als de financiele middelen ontbreken.
  • Hoe dwing ik juridisch het maken van een asbestinventarisatie af? De eigenaar zegt dat er geen asbest is maar gezien leeftijd van het pand is het wel asbestverdacht. De wetgeving biedt gen basis voor een asbestinventarisatieplicht behoudens bij een calamiteit.
  • Wat zijn ervaringen van gemeenten met de toezichthoudende taken van de Omgevingsdiensten? Medewerkers van een Omgevingsdienst komen van uit een andere stad of dorp en hebben geen directe binding met het werkgebied. Bij illegale sloop moet de gemeentelijke medewerker contact zoeken met de Omgevingsdienst maar dat werkt vertragend.
  • Schade aan een asbestgevel. Ieder gebroken plaat blijkt een calamiteit te zijn. Moet ik ieder plaatje saneren?
  • Inventarisatie geeft klasse 2. Aan. Na opdrachtverlening besluiten sloopbedrijf en inventarisatiebureau alsnog om het in klasse 1 uit te voeren.
  • Hoe om te gaan met asbestbeschoeiingen. Wel of niet verwijderen in de toekomst of heden?
  • We zijn een kleine plattelandsgemeente met 1,4 miljoen m2 asbest. Veel sluitende bedrijven of voormalige agrariërs. Hoe ruimen we het asbest op?
  • In de bebouwde kom hebben we relatief veel panden met minder dan 35 m2 asbest. Hoe krijgen we deze mensen in beweging om het asbest af te (laten) voeren?
  • Indiening van sloopmeldingen; meldingsformulier en asbestinventarisatierapport corresponderen niet met elkaar.
  • Het onkundig verwijderen van asbesthoudende toepassingen uit woningen bij mutatie leidt vaak tot verontreiniging en hoge kosten. Waarom niet meer kennisoverdracht bij opzeg huur – huurder? Spaart kosten voor corporatie en komt veiligheid van omgeving en milieu ten goede
  • Particulieren moeten in principe ook het verwijderen van asbest met een sloopmelding doen (binnen bepaalde grenzen). Hoe gaan gemeenten / Omgevingsdiensten / Milieustraten om met het actief buiten opsporen, met het wel of geen melding doen, met hoeveelheden, met soorten asbest die zij niet mogen verwijderen, met het al dan niet wegsturen van burgers, en met het registreren van weggestuurde burgers
  • Bij illegale sloop en al afgevoerde materialen en zonder inventarisatierapport is het lastig bewijzen boven tafel te krijgen
  • Discutabele kwaliteit asbestrapportage. Verkeerde doel rapportage. Geen destructief onderzoek maar wel uitsluitingen bij totaalsloop. Onduidelijke tekening.
  • Het LAVS is een onwerkbaar systeem want laat niet alles zien.
  • Er zijn nogal wisselende ervaringen met het toezicht onder de Wet kwaliteitsborging Bouwen
  • Wat zijn de ervaringen met de Asbest-OS App
  • Hoe werken woningcorporaties en Omgevingsdiensten nu samen?
  • Een gaaf asbesthoudend plaatje van 20 bij 20 cm. Zit met 4 kleine spijkertjes vast. Hoe haal je dit simpel weg? Hier is veel gedoe over geweest.
  • Particulier met verwijderde asbestpijp in woning. Kosten asbestverhaal meer dan tijdens aanbrengen. Milieustraat neemt geen pijpen aan. Wat nu? Particulier onwetend over asbestverwijderen. ZZP/klusbedrijf bezig geweest. Particulier is de dupe.
  • Asbest in bodem. Nieuw geval – compleet verwijderen. Oud geval – verwijderen tot onder I-grens. We moeten het verontreinigingsmoment bepalen en de juiste strategie kiezen die praktisch en betaalbaar en acceptabel is.
  • We willen een asbestinventarisatierapport afdwingen bij het vermoeden van asbesthoudende toepassingen.
  • Is er geen mogelijkheid om in het kader van kostenbesparing geen asbestinventarisatierapport te eisen als meer dan duidelijk is dat de dakplaten op bijvoorbeeld een stal asbesthoudend zijn? De sloop vindt toch al plaats door een gecertificeerde saneerder.
  • Diverse schuurtjes op een terrein die gesloopt moeten worden. Volgens aanvrager geen asbest. Volgens ons wel asbestverdacht. Geadviseerd om monsters te laten nemen. Aanvrager wil dat liever niet omdat hij dan in het LAVS wordt gemeld en het dan niet zelf mag slopen.
  • Op het sloopmeldingsformulier wordt aan de aanvrager gevraagd of er asbest wordt verwijderd. Als er nee wordt ingevuld moet ik dat dan maar geloven?
  • Sloop tuinbouwkassen. In het algemeen asbesthoudende kit – asbestverdenking in bodem. Regeling sloop tuinbouwkassen geldt sinds 2006 niet meer. Ik heb AI-rapporten gezien waarin vermeld wordt dat inventarisatie kassen niet meer hoeft. Toch wil ik asbestbodem-onderzoek voorschrijven zowel voor als na de sloop.
  • Het LAVS is niet up to date. Niet gebruikersvriendelijk. Documenten niet of te laat in systeem gezet. Voor gemeenten niet mogelijk opdrachtgever te zijn bij verwijdering asbest (illegale stort).
  • Gedumpte grond met asbest op gemeentelijke gronden. Bovenop een gasleiding. Er is ons niet bekend wie de grond daar gedumpt heeft.
  • Toename van asbestsaneringen van daken bij agrarische gebouwen (voormalig) welke in het overgangsrecht zijn geplaatst door beperkte oppervlaktemeters aan bijgebouwen bij wonen. Het is vaak onverteerbaar dat toestemming wordt gegeven voor asbestsanering maar geen herbouw. De gebouwen worden gebruikt en men wil dit continueren (bestaand gebruik).
  • Bij asbestcalamiteiten is er vaak veel onrust en paniek bij burgers en bedrijven en ten onrechte. Het lukt gemeenten, corporaties, Omgevingsdiensten en hulpverleners nog steeds niet om e.e.a. duidelijk te maken. Asbestcalamiteiten kosten veel geld en zorgen voor paniek. De gemeente Den Haag werkt hierin goed samen met woningcorporaties.
  • De beoordeling van rapporten door omgevingsdiensten loopt soms stroef omdat bij meer complexe panden de geschiktheid van een rapport niet met een vinkje op het titelblad is te duiden. In dat geval staat de geschiktheid in het rapport en die wordt niet altijd gelezen
  • Administratieve handelingen, steeds minder tijd voor goed advies en oplossingsgericht denken. LAVS te rigide opgezet.
  • Burgers zijn vaak onverschillig of juist zwaar in paniek als er asbest aanwezig is. “Witte pakken-vrees”. We willen hier communicatief slim mee om gaan.
  • We willen voorkomen dat burgers zelf onverantwoord met asbest omgaan en we willen dat ze de gevaren onderkennen. Wij hebben al veel info op onze website en via facebook e.d. en bij de stortplaats.

 

(Woningcorporaties):

  • Hoe omgaan met zelf aangebrachte voorziening (bijvoorbeeld asbest golfplaten)?
  • De huurder moet zijn woning verlaten ivm verhuizing of renovatie. Moet leeg opleveren. De kans bestaat dat hij asbesthoudend materialen verwijdert. Historie woning niet bekend.
  • Kans op afkeur van rapporten door Omgevingsdiensten. Met name de afkeur op formaliteiten bijvoorbeeld reikwijdte of geschiktheid.
  • Bij planmatig onderhoud moet ik alle woningen laten inventariseren terwijl het identieke woningen met dezelfde asbesthoudende materialen zijn op dezelfde plekken. Dit geeft veel bewonersoverlast en kost veel geld.
  • Waarom is het advies van de asbestinventarisatie (soms) aan de veilige kant? Navraag zorgt (soms) voor een andere risicoklasse en goedkopere oplossing. Denk mee met de opdrachtgever !
  • Praktisch organiseren en mogelijk maken van het verwijderen van hechtgebonden asbest. Op een eenvoudige manier. Als de situatie dit toelaat waarbij organisaties zoals woningbouwcorporaties dmv deskundige dit mogen beoordelen en beslissen.
  • Waarom moeten we alle gelijkende woningen allemaal apart bezoeken? Bijvoorbeeld asbest onder dakbeschot woningen. Gelijk bouwjaar en uitvoering etc.
  • Bij aanvraag sloopmelding bij mutatie wordt standaard de 5 dagen termijn overschreden. De mutatieprocedure wordt daarmee gehinderd waardoor wij langere leegstandskosten hebben.
  • Mag men in een woning aan het werk waar een asbesthoudend kruipluik ligt (deze is heel). De onderhoudspartij vindt van niet.
  • Hoe ga je om met asbesthoudende kit bij planmatig schilderwerk maar ook bij glasbreuk
  • Wat zijn wij als woningcorporatie wettelijk verplicht om te doen nu we nog geen asbestbeleid hebben vastgesteld? Dit ten aanzien van inventarisatie, informatie zittende huurders, landelijk meldingssysteem etc. Voor de goede orde: als we bij onderhoud asbest tegen komen wordt netjes na inventarisatie gesaneerd.
  • Bij bezit van woningen door VvE, strookt het asbestbeleid van Portaal niet met die van de VvE. Het gaat uiteraard altijd alleen maar om het geld. Bewoners zijn de dupe.
  • We hebben geconstateerd dat er verontreinigingen zijn ontstaan op zolders met asbest dakbeschot en dat het aannemelijk is dat dit bij andere woningen met asbest dakbeschot ook het geval zal zijn. Gezien de zorgplicht die we hebben zullen we deze (risico)woningen (circa 400 stuks) moeten inventariseren op verontreinigingen. Binnen welke termijn moeten we dit doen en hoe groot moet de steekproef zijn of moet 100% bezocht worden?
  • Het saneren van asbest in de woning. Tegenwoordig dient die vaker onder containment en langer te gebeuren. Nadat de luchtmonsters pas zijn vrijgegeven via het lab kan pas weer de woning ook vrijgegeven worden. Kan dit anders? Nu kan een bewoner niet uit of in zijn eigen woning en moet eventueel elders overnachten.
  • Er is verschil tussen medewerkers in asbestherkenning. Zij nemen zelf besluit bij verdacht materiaal dat deze veilig is. Procedure is om dit ook als verdacht materiaal te behandelen. Men wijkt dus gemakkelijk af van procedure door te zeggen dat het niet verdacht is. Besluit blijkt door onderhoudsmedewerker achteraf vaak te lichtvaardig genomen.
  • We zijn een corporatie die woningen heeft in 2 gemeenten. In gemeente 1 mogen huurders zelf hun asbesthoudende golfplaten van eigen bouwsels afvoeren naar gemeentelijke stort (na melding). In gemeente 2 mogen huurders dat niet. Gemeente legt alles bij eigenaar perceel en dat is corporatie. Dit zorgt voor verwarring en wordt ervaren als willekeur en zorgt niet voor draagvlak bij bewoners.

 

  1. Slotronde

Iedereen krijgt de kans tot een laatste woord, een slotconclusie en het doen van een persoonlijke aanbeveling. Ook hiervan wordt verslag opgemaakt.
Zo spoedig mogelijk na de bijeenkomst worden concreet toepasbare aanbevelingen en best practices aan alle aanwezige deelnemers ter beschikking gesteld.